Het is nodig om diegenen die ondanks de ethische bezwaren tegen dissecties en de vele beschikbare alternatieven toch voor dissecties zouden kiezen, erop te wijzen dat ze rekening moeten houden met een aantal wettelijke bepalingen.
Zo is het in toepassing van de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de Bescherming en het Welzijn van Dieren en het Koninklijk Besluit van 14 november 1993 omtrent Proefdieren verboden om:
experimenten op levende dieren uit te voeren
dieren in de klas te doden om ze vervolgens te ontleden
de dieren door de leerlingen te laten doden
dode dieren te gebruiken die afkomstig zijn van een
(erkend) laboratorium
Indien men dissecties wil uitvoeren, is het verplicht om:
![]()
de dieren door de snelste, minst pijnlijke methode te doden
![]()
de dieren te laten doden door bevoegd personeel,
namelijk personeel met de nodige kennis en bekwaamheid
het dierlijk afval op een reglementaire basis te verwijderen,
conform Verordening (EG) Nr.1774/2002
Volgens de wetgeving dient men alternatieve methoden te gebruiken wanneer de beoogde doelstellingen van een experiment (met levende dieren) door deze alternatieve methoden bereikt kunnen worden. Dit kan eveneens worden toegepast op dissecties.