Tot voor kort werden dissecties door de Vlaamse onderwijskoepels aanbevolen. Begin 2008 hebben de koepels een protocol ondertekend dat het gebruik van andere onderwijsmethodes dan dissecties aanbevelen.
Zo worden de doelstellingen en de didactische wenken in de leerplannen biologie (natuurwetenschappen) aangepast en worden onderstaande richtlijnen toegepast:
In de leerplannen worden geen doelstellingen meer opgenomen waarvoor dissecties van dieren (zowel volledige dieren als organen) moeten worden uitgevoerd.
In de didactische wenken van de leerplannen worden steeds alternatieven voor dissecties vermeld.
In de didactische wenken van de leerplannen wordt aanbevolen om geen dissecties meer uit te voeren op diersoorten met een centraal zenuwstelsel.
Indien leerlingen om ethische redenen geen dissecties wensen bij te wonen of uit te voeren dan moet men dit respecteren. Deze leerlingen krijgen dan een zinvolle alternatieve opdracht rond dezelfde leerplandoelstellingen.
Leraars kunnen niet verplicht worden om dissecties uit te voeren, ook al zijn er collega’s in dezelfde school die hier wel voor opteren.
Die laatste twee punten zijn bijzonder belangrijk voor diegenen die geen dissecties wensen uit te voeren of bij te wonen. Ze hebben het volste recht dit te weigeren, zonder daarom benadeeld te worden.
Vanwaar deze positieve evolutie?
Het uitvoeren van dissecties in het secundair onderwijs brengt naast een aantal praktische problemen (de nodige ervaring bij het uitvoeren van dissecties, het vinden van geschikt organisch materiaal voor dissecties, afvalproblematiek…) ook problemen van ethische aard met zich mee.
Het ethisch kader dat de mens in de maatschappij hanteert is voortdurend aan verandering onderhevig. Het uitvoeren van dierproeven is een onderwerp dat in het maatschappelijk debat ter discussie staat. Het al of niet uitvoeren van dissecties in het secundair onderwijs kan als een uitloper van dergelijke discussie gezien worden.
Bepaalde handelingen die we vroeger heel gewoon vonden worden nu ter discussie gesteld en leiden tot gedragsverandering. We hoeven hierbij maar te denken hoe ons gedrag gewijzigd is t.o.v. het omgaan met onze medemens (vrouwenrechten, omgaan met migranten…), het omgaan met afval (KGA, containerparken...), het omgaan met dieren (dierenrechten, wet op dierenwelzijn…). Het onderwijs speelt een belangrijke rol om deze gewijzigde attitudes te implementeren in de leerplannen.
In de didactische wenken van verschillende leerplannen biologie en natuurwetenschappen werden dissecties aangeraden. Het uitvoeren van dissecties (zowel door de leraar als door de leerlingen) is echter geen eenvoudige opdracht. Hiermee wordt niet alleen de eigenlijke uitvoering bedoeld, maar ook de randvoorwaarden die hiermee samenhangen, in het bijzonder:
Sommige (beginnende) leraars hebben tijdens hun opleiding nooit een dissectie moeten uitvoeren. Zij beschikken niet over de nodige achtergrondkennis en praktijkervaring om op een degelijke en verantwoorde manier dissecties uit te voeren.
Men moet rekening houden met de ethische houding van leerlingen (en leraars). Sommige leerlingen (en leraars) staan zeer huiverig tot zelfs afkerig tegenover het uitvoeren van dissecties.
Het is niet meer evident om dierlijk materiaal te verkrijgen voor het uitvoeren van dissecties. Vele slachthuizen weigeren tegenwoordig systematisch om dierlijk materiaal mee te geven.
Na het uitvoeren van een dissectie ontstaat er steeds dierlijk afval dat op een reglementaire basis (Verordening (EG) Nr.1774/2002)verwijderd moet worden. Deze reglementaire basis is van dusdanige aard dat het legaal verwijderen van afval voor veel scholen een onbegonnen zaak geworden is.
Studies wijzen uit dat dissecties geen onderwijskundige meerwaarde opleveren t.o.v. simulatie-experimenten (zie rubriek Alternatieven boven).
Dissecties hebben meestal tot doel de ligging, de vorm, de afmetingen van organen in situ te bekijken. Hierbij worden geen echte onderzoeksvragen gesteld: men hoeft niet tot een hypothese te komen, er worden geen verbanden gezocht. Men kan zich terecht de vraag stellen of de doelstelling niet even goed of misschien zelfs beter bereikt kan worden met audiovisuele middelen.
Het argument dat bepaalde leerlingen door het uitvoeren van dissecties kiezen voor bepaalde studierichtingen (geneeskunde, biologie) kan ook omgedraaid worden. Misschien worden er ook wel bepaalde leerlingen afgeschrikt voor bepaalde studierichtingen door het uitvoeren van dissecties.
Respect voor het leven is een belangrijke waarde die ook via het onderwijs meegegeven moet worden. Sommigen stellen zich de vraag of het uitvoeren van een dissectie van bijvoorbeeld een konijn niet in tegenspraak is met het ethisch referentiekader dat door een meerderheid wordt gedragen.