Er wordt dikwijls beweerd dat niets beter is dan een dissectie om de nodige kennis over anatomie te verwerven. “Dissecties kunnen niet op een efficiënte manier vervangen worden, ze zijn onmisbaar”, zegt men. Deze beweringen worden evenwel nietig gedaan door vergelijkende studies tussen dissecties en diervriendelijke leermiddelen.
Efficiëntie van diervriendelijke onderwijsmethodes in het algemeen
in 39,4% van de gevallen behaalden de studenten die alternatieven gebruikten betere resultaten, of gelijkwaardige resultaten maar op een snellere wijze;
in 51,5% van de gevallen was de pedagogische efficiëntie gelijkwaardig;
![]()
in 9,1% van de gevallen scoorden de alternatieven minder goed.
Uit deze studies blijkt dus duidelijk dat didactische methodes die geen dieren gebruiken (zeer) efficiënt zijn, zelfs bij studenten op universitair niveau waar de moeilijkheidsgraad en de eisen veel hoger liggen dan in het secundair onderwijs.
Studies betreffende de efficiëntie van diervriendelijke onderwijsmethodes in het secundair onderwijs
Van de bovenvermelde 33 studies zijn er 6 studies die betrekking hebben op het gebruik van leermiddelen die dissecties vervangen in het secundair onderwijs. Hieruit blijkt eveneens dat goede vervangmethodes zeer efficiënt zijn. Lees maar:
1. Fowler, H.S. & E.J. Brosius. 1968.
A research study on the values gained from dissection of animals in secondary school biology. Science Education 52(2): 55-57.
Studenten van het secundair onderwijs die naar films van dissecties op dieren keken (worm, rivierkreeft, kikker, rivierbaars) gaven blijk van een betere kennis van deze dieren dan studenten die ze ontleed hadden. Hetzelfde geldt voor wat betreft hun vaardigheid tot het oplossen van problemen.
Geen verschillen werden vastgesteld op het gebied van verwerving van vaardigheden. Hierbij dienden de studenten volgens bepaalde patronen in namaakweefsel te snijden met verschillende soorten dissectiemateriaal. Hieruit blijkt dat het niet nodig is om dieren te ontleden om dissectiemateriaal te leren gebruiken.
2. Cross TR & Cross VE. Scalpel or mouse:
a statistical comparison of real and virtual frog dissections. The American Biology Teacher 2004;66(6):408-11.
In het kader van deze studie hebben studenten ofwel dissecties uitgevoerd ofwel gebruik gemaakt van een computersimulatie, namelijk Biolab Frog Dissection. De auteurs van deze vergelijkende studie stellen onder andere vast dat er geen belangrijke verschillen zijn in de behaalde resultaten tijdens toetsen met de computersimulatie tussen de studenten die kikkers hadden ontleed en de studenten die de simulatie hadden gebruikt.
De auteurs besluiten ook dat virtuele dissecties uitstekende hulpmiddelen zijn voor studenten die geen dissecties op dieren wensen uit te voeren.
3. Kinzie, M.B., R. Strauss & J. Foss. 1993. The effects of an interactive dissection simulation on the performance and achievement of high school biology students. Journal of Research in Science Teaching 30(8): 989-1000.
Uit deze studie blijkt dat een interactieve videodisk minstens even efficiënt is als een echte dissectie bij het aanleren van de kikkeranatomie en dissectieprocedures.
4. Lieb MJ. Dissection: A valuable motivational tool or a trauma to the high school student? Unpublished Thesis, Master of Education, National College of Education, Evanston, Illinois. 1985.
De behaalde resultaten waren equivalent bij studenten die wormen hadden ontleed en bij studenten die een les in de klas hadden gevolgd over de anatomie van de worm.
5. McCollum TL. The effect of animal dissections on student acquisition of knowledge of and attitudes toward the animals dissected. Unpublished Doctoral Dissertation, University of Cincinnati. 1987.
Ongeveer 175 scholieren die een les biologie bijwoonden over de structuur, de functie en de aanpassing van de kikker, hebben betere resultaten behaald dan ongeveer 175 andere studenten die hetzelfde leerden door middel van een dissectie.
6. Strauss, R.T. & Kinzie, M.B. 1994. Student achievement and attitudes in a pilot study comparing an interactive videodisc simulation to conventional dissection. The American Biology Teacher 56(7): 398-402.
Twee groepen studenten behaalden even goede resultaten bij een toets, terwijl de ene groep dissecties had uitgevoerd en de andere een interactieve videodisk had gebruikt.
Bovendien blijkt uit deze studie dat studenten die een diervriendelijke onderwijsmethode hebben gebruikt nadien meer gekant zijn tegen dissecties, terwijl studenten die een dissectie hebben uitgevoerd positiever zijn tegenover het gebruik van dieren voor dissecties. Dit toont aan hoe belangrijk het is om dissecties te vermijden om zodoende het respect voor het leven te bevorderen.



